Op 19 juni 2024 hield ds. Marijke van Selm een toespraak tijdens een informatieavond voor leden van de Protestantse Gemeente Oostvoorne over de tussentijdse stand van zaken rondom het ‘klooster bij zee’. Hieronder vindt u de tekst van deze toespraak die heel goed een antwoord geeft op de vraag: waarom een ‘klooster bij zee’ beginnen als kerkelijke gemeente in Oostvoorne?
Door: Marijke van Selm | foto: PGO
Bij het begin beginnen. Goeie vraag. Het begin van het klooster, dat heeft te maken met het begin van de kerk. Het heeft te maken met wat we zijn, als kerk, en waartoe we geroepen zijn. En het heeft te maken met kansen die zich voordoen. Die drie dingen. Het begin van de kerk, het begin van de kloosters, en kansen. Die drie dingen. Dat brengt ons bij een antwoord op de vraag naar het ‘waarom’ van ons Klooster aan Zee. Waarom dat goed zou zijn. En waarom het goed zou zijn voor ons.
Dus we gaan eerst tweeduizend jaar terug, heel even. Naar het begin van de kerk. Een beweging van mensen die geïnspireerd en begeesterd waren door Jezus. Het was laagdrempelig, het had aanvankelijk ook niet zoveel structuur, behalve dat ze veel samen waren en veel deelden, niet alleen onderling maar ook met hun omgeving.
Een van de aansprekende aspecten van het eerste christendom was de sociale bewogenheid en naastenliefde. Maar dat naar buiten gerichte en open voor de omgeving, dat veranderde naarmate de kerk meer vaste vorm kreeg. Want toen ontstonden ook interne aangelegenheden, dingen die geregeld moesten worden: conflicten, taakverdelingen, hiërarchie. Voor je het weet, ben je met jezelf bezig, en niet met Gods koninkrijk.
Dat patroon is eigenlijk door de eeuwen heen een soort pendule geweest, een heen en weer gaande beweging van verstarring en hervorming. Van de aandacht die langzamerhand erg naar binnen gekeerd werd, weer naar buiten, en omdat die activiteiten-naar-buiten ook weer georganiseerd moesten worden, weer naar binnen, en terugkeer naar de bevlogenheid en spiritualiteit van dat eerste uur. Dat is even een heel grove samenvatting, maar hier komt het wel op neer.
En om in de sfeer van de pendule te blijven: je zou kunnen zeggen dat we als traditionele kerken op dit moment intern gericht zijn. We hebben allerlei zorgen en hoofdbrekens, en aan de roeping tot navolging van Jezus in het gewone leven komen we niet altijd meer toe. We zijn een beetje een eiland geworden in de samenleving. Zoals het domineesgrapje luidt: we verwachten het koninkrijk, maar we kregen de kerk. We zijn kerk in een sterk veranderende context, maar de mens blijft een spiritueel wezen. Dat maakt de mens uniek in de schepping, dus moeten we een manier vinden om daaraan tegemoet te komen.
We gaan verder met het begin van de kloosters. Kloosters zijn door de eeuwen heen altijd plekken geweest waar groepen mensen samen terug wilden gaan naar die bevlogenheid en spiritualiteit van dat eerste uur. Nu zult u denken: kloosters zijn toch ook naar binnen gericht? Dan ben je toch alsnog met jezelf bezig? Dat is waar, maar dat geldt zeker niet voor alle kloosterordes. Er zijn er, zoals de Franciscanen en de Jezuïeten, die altijd veel werk hebben gemaakt van sociale en maatschappelijke aanwezigheid vanuit een sterk doorleefd geloof.
En nu zult u denken: maar die kloosters, die hebben toch net als de kerken te maken met vergrijzende gemeenschappen? Dat is ook waar. Maar veel kloosters hebben in de afgelopen decennia ook ervaren dat een nieuw soort kloosterling bij hen onderdak vond. Die nieuwe kloosterling was de vermoeide, overbelaste moderne mens, die rust en ruimte zocht om op adem te komen. En die rust en die ruimte bleken te vinden op de prachtige plekken omringd door natuur waar veel kloosters gelegen zijn, maar ook in de eenvoudige manier van leven en de eeuwenoude spiritualiteit van de liturgie en de Bijbel.
De nieuwe kloosterling werd geen bewoner, hij of zij was een bezoeker, voor een paar dagen. Maar het werden er wel steeds meer, en ze kwamen steeds vaker. En dit soort kloosterbezoek bleek in een enorme behoefte te voorzien, ook bij mensen die zich in de traditionele kerken verloren voelden. In de loop van de tijd werden voor die bezoekers speciale programma’s opgezet, om nog meer tegemoet te komen aan hun behoefte aan zingeving en bezinning bij de levensvragen van deze tijd. Het bleek dat precies die persoonlijke vragen aan bod kwamen die mensen in de traditionele kerken hadden gemist: wie ben je, waar geloof je in, waar gaat je levensreis naartoe. Hier ervoeren ze ruimte voor die vragen, en voor het zoeken naar antwoorden. Het was om zo te zeggen een gat in de markt.
Waar de traditionele kloostergemeenschappen ophielden te bestaan, bleek de eeuwenoude traditie waaruit ze voortgekomen waren, nieuwe geestkracht gevonden te hebben. Kloostergebouwen werden overgenomen door lekengemeenschappen die nieuwe zinzoekers bleven ontvangen. Er bleek een heel nieuw soort spiritualiteit te ontstaan, die dicht bij die oorspronkelijke navolging van Jezus aansloot, zonder al te veel kaders en eigentijds.
In de afgelopen decennia hebben veel protestantse kerken nagedacht over kerk zijn in een veranderende context. Hier en daar begon men te pionieren met nieuwe kerkvormen, uit een verlangen om ook weer zo fris en begeesterd met God en geloof bezig te zijn. Sommige pioniersplekken werden zo kloosterplekken. Kloosters in een protestants jasje, maar nog veel meer: in het moderne jasje zoals eerder al met de rooms-katholieke kloosters was gebeurd. Niet per se met vaste bewoners, maar vooral vanuit een vast fundament van christelijke spiritualiteit, niet per se verkondigend, maar vooral luisterend en meelevend.
Het was dus vooral de behoefte aan bezinning en verdieping, het verlangen naar rust en geestelijke verrijking, en de ervaring dat de eigen kerk om allerlei redenen aan die aspecten niet meer toe kwam, dat de aanzet gaf tot pionieren. Als een soort van: laten we opnieuw beginnen bij onze roeping. Bij ons geroepen zijn in de wereld. De wereld waartegen Jezus zegt: komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Al die zwaar belaste en overladen mensen, voor wie we als gelovigen denken een boodschap te hebben, en een plek waar je veilig bent. Een plek zonder drempels.
Nu hebben we het begin van de kerk gehad. En het begin van de moderne kloosterbeweging in Nederland. Dat brengt ons op het derde aspect van het ‘waarom’.
Waarom ons klooster? Waarom hier, waarom nu?
We zijn, dat ziet iedereen, ook hier in Oostvoorne een vergrijzende kerkgemeenschap. Dat is niet erg, dat is zoals het gaat. We prijzen ons gelukkig met nog altijd alle leeftijdsgroepen vertegenwoordigd, en nog altijd veel elan en saamhorigheid. Maar tegelijk weten we allemaal dat we de groepen in de samenleving die vermoeid en belast zijn, steeds minder bereiken met onze traditionele wijze van kerkzijn. Je zou kunnen zeggen dat we dus maar zeer ten dele gehoor geven aan onze roeping. Dat is geen verwijt, maar wel een gegeven.
Hoe kunnen we weer kerk voor de wereld zijn, zoals we zouden willen en ook zouden moeten zijn? Hoe bereiken we de mensen met onze boodschap van liefde? Als de mensen niet naar de kerk komen, dan moeten we als kerk dus naar de mensen toe. En dan moeten ook wij misschien wel weer een beetje opnieuw beginnen. Dan moeten we daar zijn waar de vragen zijn. Op een plek zonder drempels.
Voor ons is dit het goede moment om iets te doen. We hebben nu nog genoeg mensen die hier energie in willen en kunnen steken, en we vertrouwen erop dat deze energie ook weer nieuwe energie genereert. Of om het Bijbels te zeggen: dat geestkracht geestkracht opwekt.
En niet alleen hebben we nog mensen, we hebben ook de middelen. Op landelijk niveau wordt opgeroepen om het vermogen dat kerken bezitten, nu in te zetten, voor het te laat is en er niemand meer is om er werk van te maken. Dat is de reden om iets te doen.
De reden waarom dat een klooster moet zijn, heeft alles te maken met de omgeving waarin we hier gesitueerd zijn. Aan de ene kant de duinen en de zee, aan de andere kant een potentieel aan klandizie vanuit de industrie en de steden. Daarbij komt dat alle kloosters, zowel de traditionele rooms-katholieke als de nieuwe protestantse die gasten ontvangen, in het midden, oosten of zuiden van Nederland gevestigd zijn. We zouden een gat in de markt zijn, zei onze classispredikant Arie van der Maas, want langs de kust, en hier in het westen, bestaat zoiets nog niet.
Maar gat in de markt of niet, wij denken vooral dat we het moeten doen omdat we een roeping hebben, omdat we aan die roeping nu niet voldoende gehoor kunnen geven en omdat we zien dat opnieuw beginnen from scratch, taal en vorm kan geven aan leven achter Jezus aan. Nieuwe taal, en nieuwe vorm. En nieuwe begeestering.


